Hoeveel korting kan ik onbelast geven aan mijn werknemers?

Mijn werknemers ontvangen een korting op producten uit ons eigen bedrijf van 25% van de consumentenprijs. Onze vaste klanten ontvangen standaard een korting van 5% van de consumentenprijs. Is de korting voor mijn werknemers belast of onbelast?

Dat is afhankelijk van de hoogte van de totale korting op jaarbasis.

Als uw werknemers een korting krijgen die anderen (niet-werknemers) ook krijgen, dan vormt deze korting geen loon en raakt deze de werkkostenregeling niet. De standaardkorting van 5% die uw vaste klanten ook krijgen, vormt daarom voor uw werknemers geen loon.

Gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten

Voor de overige korting geldt een gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten. Onder deze vrijstelling kunnen uw werknemers een gericht vrijgestelde korting krijgen van maximaal 20% van de consumentenprijs van het product met een maximum van € 500 per werknemer per kalenderjaar. De door u gegeven korting van 20% (dat is de korting na vermindering van de standaardkorting voor vaste klanten) valt binnen deze gerichte vrijstelling. Als het totaal bedrag van de kortingen niet meer bedraagt dan € 500 per werknemer per kalenderjaar, zijn de kortingen voor uw werknemer dan ook onbelast.

Let op! Voorwaarde is dat u de korting van 20% van de consumentenprijs aanwijst als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. Doet u dit niet, dan is de volledige korting van 20% bij uw werknemers individueel belast en dus niet vrijgesteld.

Heeft u de korting van 20% van de consumentenprijs aangewezen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte, maar bedraagt de totale korting meer dan € 500 per werknemer per jaar? Dan is het meerdere belast tegen 80% eindheffing als dit meerdere tezamen met alle overige aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen hoger is dan 1,2% van uw totale fiscale loonsom.

Twee oplossingsrichtingen voor pensioen in eigen beheer

Oudedagssparen in eigen beheer of uitfaseren (afschaffen) van het eigenbeheerpensioen. Dit zijn de twee richtingen die staatssecretaris Wiebes van Financiën onlangs presenteerde als oplossing voor de knelpunten van het huidige pensioen in eigen beheer. Met een beetje voortvarendheid komt er wellicht per 1 januari 2017 dan toch een eind aan het huidige pensioenopbouw in eigen beheer.

Knelpunten

Het pensioen in eigen beheer kent de nodige kwesties waarvoor al enkele jaren een oplossing wordt gezocht. Een belangrijk knelpunt is het onderscheid tussen de commerciële en fiscale waarderingsregels van het pensioen in eigen beheer. Die waarderingsverschillen beperken bijvoorbeeld het uitkeren van dividend. Op 17 december 2015 verscheen een brief van Staatssecretaris Wiebes met twee oplossingsrichtingen voor de problemen met het eigenbeheerpensioen. Een mogelijke optie is het oudedagssparen in eigen beheer. De tweede mogelijkheid is het afschaffen van pensioen in eigen beheer zonder hiervoor iets anders aan te bieden, oftewel uitfaseren met een afkoopfaciliteit.

Oudedagssparen in eigen beheer

Het oudedagssparen in eigen beheer (OSEB) fungeert als een ‘spaarpotje’ voor uw oude dag. U mag dan jaarlijks een bepaald percentage van uw loon opzij zetten binnen uw bv. Voor uw bv vormt het opgebouwde oudedagsspaarpotje vreemd vermogen. Uw bestaande in eigen beheer opgebouwde pensioenverplichting kan geruisloos tegen fiscale waarde worden omgezet in een oudedagsspaarverplichting. Geruisloos wil zeggen dat er geen loonheffing of vennootschapsbelasting is verschuldigd. Fiscale waarde is de waarde van het opgebouwde pensioen in eigen beheer op de fiscale balans van de bv. Doordat omzetting naar een OSEB geschiedt tegen fiscale waarde ziet u wel gedeeltelijk af van uw opgebouwde pensioenrechten. Voor die omzetting is dan ook instemming vereist van u en uw partner.

Uitfaseren met afkoop

Instemming is ook vereist voor de tweede oplossingsrichting, namelijk het uitfaseren van het pensioen in eigen beheer. Hiermee komt er een einde aan het in eigen beheer opbouwen van een oudedagsvoorziening. Het in eigen beheer opgebouwde pensioen kan worden afgekocht tegen fiscale waarde. Daarvoor komt een eenmalige afkoopfaciliteit in de vorm van een 80%-regeling. Dat wil zeggen dat u afrekent (u betaalt loonbelasting) over 80% van de fiscale waarde (afkoopsom) van het opgebouwde pensioen in eigen beheer. Verder bent u geen revisierente verschuldigd.

Hoe nu verder?

Er liggen dus twee concrete oplossingsrichtingen voor het pensioen in eigen beheer. De Tweede Kamer is nu aan zet, want er moet een keuze worden gemaakt. Beide oplossingsrichtingen tezamen is wat Staatssecretaris Wiebes betreft geen optie. Mocht de Tweede Kamer vóór 19 februari 2016 kiezen voor hetzij OSEB, hetzij afschaffen van het pensioen in eigen beheer, dan volgt zo snel mogelijk een conceptwetsvoorstel waarin de uiteindelijke oplossing verder is uitgewerkt. De praktijk mag hierop nog reageren. De nieuwe regeling kan dan mogelijk nog ingaan per 1 januari 2017.

WBSO blijft in trek

Veel bedrijven willen ook in 2016 profiteren van de fiscale voordelen van de WBSO. Circa 22.000 aanvragen voor de innovatieregeling zijn inmiddels binnen. Dat meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Met ingang van 1 januari 2016 worden de WBSO en de RDA (Research & Developmentaftrek) samengevoegd tot één regeling onder de naam WBSO. Voor beide innovatieregelingen gelden dan dezelfde voordeelpercentages. Die samenvoeging heeft geen windeieren gelegd, want de belangstelling voor de WBSO is onverminderd groot, getuige de circa 22.000 aanvragen voor de regeling in 2016. Omstreeks deze tijd vorig jaar waren er evenveel aanvragen binnen voor de WBSO 2015.

Tip: RVO.nl heeft een handleiding opgesteld voor de WBSO 2016. Deze is terug te vinden op de site van RVO.nl onder publicaties.

WBSO aanvragen voor 2016 is nog steeds mogelijk. Heeft u werknemers in dienst dan moet uw aanvraag volgens vaste regel minstens één kalendermaand voor de start van de innovatiewerkzaamheden binnen zijn bij RVO.nl. Wilt en kunt u vanaf 1 februari 2016 gebruik maken van de WBSO, dien uw aanvraag dan in uiterlijk 31 december 2015. Voor zelfstandige ondernemers geldt deze regel niet. Zij kunnen nog tot en met 1 januari 2016 hun WBSO-aanvraag indienen voor innovatiewerkzaamheden die op die datum starten.

Nieuwe regels dga: regel uw verzekeringsplicht vóór 1 januari 2016

Aanwijzing in vrije ruimte niet alsnog individueel belasten

Met mijn werknemer heb ik afgesproken om voor een bepaalde vergoeding de belasting voor mijn rekening te nemen. In eerste instantie heb ik deze vergoeding dan ook aangewezen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. Ik heb nu andere afspraken met mijn werknemer gemaakt en we hebben afgesproken om de vergoeding alsnog individueel te belasten bij hem. Kan ik dit met terugwerkende kracht corrigeren?

Nee, dat kan niet. Een eerdere keuze voor aanwijzen als eindheffingsbestanddeel kunt u niet later alsnog door middel van foutenherstel wijzigen in een individuele verloning in een eerder tijdvak. U kunt wel afspraken maken om de door u verschuldigde eindheffing te laten compenseren door de werknemer. Een dergelijk inhouding die u op het loon inhoudt om de eindheffing te compenseren, vormt negatief loon voor de werknemer op het moment van die inhouding.

Tip: Gedurende het kalenderjaar gaat de Belastingdienst er vanuit dat een vergoeding is aangewezen is als eindheffingsbestanddeel op het moment dat deze vergoeding niet individueel verloond is. Als door een fout per abuis niet individueel verloond is, kunt u deze fout wel door foutenherstel wijzigen in het eerdere tijdvak.

Nieuwe duurzame energiesubsidie

Vanaf 4 januari 2016 kunnen particulieren en bedrijven een tegemoetkoming aanvragen voor de aanschaf van zonneboilers, warmtepompen of pellet kachels. De subsidie is minimaal € 500.

Het precieze bedrag hangt af van het soort en de specificaties van het apparaat. In januari 2016 zal op de site van RVO een lijst geplaatst worden met de exacte subsidiebedragen van de verschillende apparaten. De nieuwe subsidiemaatregel is in het leven geroepen om het gebruik van duurzame energie en het verminderen  van de CO2-uitstoot te bevorderen. Het gaat om een meerjarige subsidieregeling die tot 31 december 2020 zal lopen. Jaarlijks wordt het budget voor het daarop volgende jaar bekend gemaakt. Voor 2016 is er € 70 miljoen beschikbaar.

Regels voor particulieren en bedrijven

De regels voor het ontvangen van een tegemoetkoming zijn voor particulieren anders dan voor bedrijven. Een particulier kan subsidie krijgen als hij in 2016 een apparaat koopt waarop subsidie mogelijk is en het daarna binnen drie maanden laat installeren, in gebruik neemt en de subsidie aanvraagt.

Let op!
Als particulier kunt u de subsidie dus pas aanvragen als het apparaat niet alleen gekocht maar ook al in gebruik genomen is. Wel iets om op te letten want drie maanden na de aankoop vervalt het recht om een subsidieaanvraag in te dienen.

Voor bedrijven zijn de regels precies omgekeerd. Zij kunnen alleen een subsidie krijgen als zij de subsidie aanvragen voordat ze het apparaat kopen. Na goedkeuring van de subsidie heeft men vervolgens een jaar om het apparaat te kopen en in gebruik te nemen.

Tip:
Voor meer informatie of uw aanvraag ga naar RVO.nl

Beperkte bijbetalingsplicht bij waardeoverdracht van pensioen

Om te voorkomen dat bedrijven door waardeoverdracht van pensioen in financiële problemen komen is met ingang van 1 januari 2015 de bijbetalingsplicht voor alle werkgevers beperkt tot € 15.000 per geval.

Onbepaalde aanvraagtermijn

Verandert uw werknemer van werkgever, dan mag hij zijn opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever. Tot 1 januari 2015 had de werknemer zes maanden de tijd om een verzoek tot waardeoverdracht in te dienen bij de nieuwe pensioenuitvoerder. Die aanvraagtermijn is komen te vervallen. Vanaf dit jaar kan de werknemer onbeperkt gebruik maken van zijn recht op waardeoverdracht. Dit kan echter grote financiële gevolgen hebben voor bedrijven. Die treden vooral op bij waardeoverdracht van pensioenaanspraken op basis van eindloon- en middelloonregelingen.

Let op!
Het recht op waardeoverdracht met een onbepaalde aanvraagtermijn, geldt alleen bij een baanwissel vanaf 1 januari 2015 waarbij de werknemer nieuwe pensioenaanspraken in een nieuwe pensioenregeling verwerft.

Beperkte bijbetalingsplicht

Vanwege de mogelijk grote financiële gevolgen van een waardeoverdracht van pensioen zijn de bijbetalingslasten voor alle werkgevers tijdelijk beperkt tot € 15.000 per geval. Moet u als werkgever bij de waardeoverdracht meer dan € 15.000 bijbetalen en meer dan 10% van de overdrachtswaarde, dan hoeft u hier niet aan mee te werken. De (ex) werknemer blijft dan deelnemer in uw pensioenregeling. Is op een later moment de bijbetaling minder dan € 15.000, dan kan hij alsnog om waardeoverdracht vragen.

Tip:
De tijdelijke beperking van de bijbetalingslasten geldt al sinds 1 januari 2013 voor kleine werkgevers, maar geldt nu met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 voor alle werkgevers.

Herziening

In 2016 volgt mogelijk een herziening van de regels van waardeoverdracht va

Oud-werknemers beïnvloeden werkkostenregeling

Vanaf 1 januari 2015 past u verplicht de werkkostenregeling (WKR) toe. De WKR houdt een nieuwe fiscale benadering van vergoedingen en verstrekkingen in. Wat veel werkgevers zich niet realiseren is dat ook oud-werknemers van invloed kunnen zijn op de toepassing van de WKR binnen hun bedrijf.

Vrije ruimte

Binnen de WKR kunt u vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. Aangewezen vergoedingen en verstrekkingen zijn niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom. Daarboven vindt belastingheffing plaats tegen een eindheffingstarief van 80%. De hoogte van uw vrije ruimte is afhankelijk van uw totale fiscale loonsom in 2015.

Invloed loon uit vroegere dienstbetrekking op vrije ruimte

Voor het berekenen van de vrije ruimte mag u het loon uit vroegere dienstbetrekking alleen meenemen als dit minder dan 10% bedraagt van de totale fiscale loonsom. Beoordeel daarom het aandeel van het loon uit vroegere dienstbetrekking binnen uw onderneming. Hiermee voorkomt u dat uw vrije ruimte lager is dan verwacht.

Let op! Loon uit vroegere dienstbetrekking is bijvoorbeeld een VUT- of pensioenuitkering die u betaalt. Maar ook een ontslagvergoeding die uw oud-werknemer bij ontslag meekrijgt vormt loon uit vroegere dienstbetrekking. Bedraagt het totaal van dit loon uit vroegere dienstbetrekking binnen uw bedrijft minder dan 10% van uw totale fiscale loonsom, dan mag u dit loon voor de berekening van de vrije ruimte meenemen. Is het echter hoger, dan telt dit loon niet mee voor de berekening van de vrije ruimte.

Vergoedingen en verstrekkingen aan oud-werknemers verplicht in de vrije ruimte

Het is niet ongebruikelijk dat oud-werknemers nog een kerstpakket krijgen of nog recht blijven houden op de kortingsregeling voor producten uit eigen bedrijf. Houd er rekening mee dat u deze vergoedingen of verstrekkingen verplicht moet onderbrengen in uw vrije ruimte. U kunt er dus niet voor kiezen deze verstrekkingen individueel te belasten bij uw oud-werknemers. Het gaat om de volgende vergoedingen en verstrekkingen aan oud- werknemers:

  • vergoedingen ter zake van producten uit eigen bedrijf voor zover uw actieve werknemers een zelfde vergoeding krijgen (denk hierbij aan de kortingsregeling voor producten uit uw eigen bedrijf);
  • verstrekkingen voor zover u die ook aan uw actieve werknemers geeft (denk hierbij aan  bijvoorbeeld een kerstpakket).

Let op!
Maken uw oud-werknemers nog gebruik van de kortingsregeling voor producten uit uw eigen bedrijf of krijgen

Ander ontvangsttijdstip voor aangiftebrief omzetbelasting 2016

Doet u aangifte omzetbelasting dan ontvangt u jaarlijks van de Belastingdienst de aangiftebrief omzetbelasting. Voor het jaar 2016 zult u de aangiftebrief later ontvangen dan gewend. De Belastingdienst verstuurt de brief kort voordat u over het eerste tijdvak van het jaar btw-aangifte moet doen.

De meeste ondernemers moeten per kwartaal hun btw-aangifte doen. Dat kan echter ook per maand of per jaar. Jaarlijks ontvangt u de aangiftebrief omzetbelasting. Deze bevat een overzicht van de aangiftetijdvakken, de uiterste inlever- en betaaldatums en de betalingskenmerken. U dient de brief goed te bewaren, want deze wordt slechts eenmalig verstrekt.

Ontvangsttijdstip

Het tijdstip van versturen is nu veranderd. Doet u maandaangifte dan ontvangt u de aangiftebrief omzetbelasting 2016 in januari. Doet u kwartaalaangifte, dan kunt u de brief tegemoet zien in maart, en bij een jaaraangifte is dat in december.

Let op!
Verandert uw aangiftetijdvak, dan ontvangt u voortaan van de Belastingdienst een nieuwe aangiftebrief omzetbelasting. Deze brief bevat de gegevens voor de resterende aangiftetijdvakken van dat jaar.

Onterechte melding bij uw opgaaf ICP

Doet u over het 4e kwartaal van 2015 uw opgaaf Intracommunautaire prestaties (ICP), dan ontvangt u mogelijk een onjuiste melding van de Belastingdienst. Wanneer u meer dan € 50.000 aan intracommunautaire leveringen heeft opgegeven, krijgt u de melding dat u voortaan per maand uw opgaaf ICP moet doen. Voor het 4e kwartaal geldt echter nog een drempelbedrag van € 100.000. De Belastingdienst biedt excuses aan voor de verwarring.

De melding luidt als volgt:

‘U hebt dit kwartaal het drempelbedrag van € 50.000 aan intracommunautaire leveringen van goederen overschreden. Dit keer kunt u nog een kwartaalopgaaf doen, maar de komende 12 maanden moet u maandelijks opgaaf doen van uw intracommunautaire leveringen van goederen.’

Deze melding had eigenlijk moeten verschijnen bij de eerste kwartaalopgaaf over 2016. Per 1 januari 2016 gaat het drempelbedrag voor de maandelijkse opgaaf ICP namelijk omlaag van € 100.000 naar € 50.000.

Opgaaf ICP

Kort gezegd moet u in 2016 maandelijks opgaaf ICP doen, wanneer u in het 4e kwartaal 2015 het bedrag van € 100.000 aan intracommunautaire leveringen overschrijdt. Geeft u in het 4e kwartaal 2015 meer dan € 50.000 aan intracommunautaire leveringen op, maar niet meer dan € 100.000, dan doet u in 2016 uw opgaaf gewoon per kwartaal.

Let op!
Overschrijdt u in het 1e kwartaal van 2016 het drempelbedrag van € 50.000 aan intracommunautaire leveringen, dan moet u de daarop volgende 12 maanden wel maandelijks uw opgaaf ICP doen.