Kostenegalisatiereserve als hulpmiddel
Met ingang van 1 januari 2007 is de normale jaarlijkse afschrijving op gebouwen beperkt. De boekwaarde van een gebouw mag niet dalen beneden de zogenoemde bodemwaarde. Voor gebouwen in eigen gebruik is de bodemwaarde gelijk aan 50% van de WOZ-waarde. Veelal wordt deze na ongeveer 10 jaar bereikt.
Dat betekent dat er daarna niet meer kan worden afgeschreven. Er is echter een mogelijkheid om de afschrijvingsbeperking te verzachten. Hieronder leest u hoe!
De onderdelen van een gebouw
Vanaf 2007 worden de onderdelen van een gebouw, zoals bijvoorbeeld een lift, de winkelpui, groenvoorziening en de elektrische installatie gezien als één bedrijfsmiddel. Deze verschillende onderdelen hebben vaak een kortere levensduur als het gebouw zelf. In de praktijk wordt daarom vaak voor de onderdelen een hoger afschrijvingspercentage gehanteerd dan voor het gebouw zelf. Er is dan sprake van een gemengd afschrijvingspercentage.
Eén afschrijvingspercentage
Het afschrijvingspercentage voor het gebouw (casco) bedraagt meestal zo’n 2%. Door dit percentage ook te gebruiken voor de verschillende onderdelen van het gebouw, krijgt u de mogelijkheid om een voorziening te vormen. Uit de rechtspraak blijkt namelijk dat als bij de jaarlijkse afschrijving géén rekening is gehouden met versnelde slijtage van verschillende onderdelen, de vervanging van die onderdelen moet worden aangemerkt als onderhoud.
Kostenegalisatiereserve
Een kostenegalisatiereserve (KER) mag worden gevormd voor bijvoorbeeld groot onderhoud. Het gebouw moet per slot van rekening eens in de zoveel jaar worden geschilderd of het dak moet in de toekomst worden vervangen. Omdat uit bovenstaande rechtspraak blijkt dat er sprake is van onderhoud mag u ook een KER vormen ter vervanging van de verschillende onderdelen van het gebouw. De dotaties aan de KER mogen jaarlijks ten laste van de winst worden gebracht.
Let op!
Er is een aantal voorwaarden verbonden aan het vormen van een KER. Overleg daarom vooraf met uw adviseur.
Een voorbeeld ter verduidelijking
Stel: de aanschafwaarde van een gebouw is 1.500.000 euro. Hiervan is 1.000.000 euro toe te schrijven aan het ‘casco’ en 500.000 euro heeft betrekking op de verschillende onderdelen van het gebouw. Het jaarlijks afschrijvingsbedrag is 2% van de kostprijs van het casco en 10% van de kostprijs van de onderdelen. Op 31 december 2006 is de fiscale boekwaarde 900.000 euro. De WOZ-waarde is voor 2007 en 2008 vastgesteld op 1.600.000 euro.
Vanaf 2007 wordt afgeschreven volgens een gemengd percentage van 4,6% ofwel 70.000 euro. De bodemwaarde is 800.000 euro (50% van de WOZ-waarde). De afschrijvingsruimte eind 2007 is dan nog maar 30.000 euro omdat dan de bodemwaarde is bereikt.
Vanaf 2008 hanteert u één afschrijvingspercentage van 2%. De afschrijving in 2008 is dan 30.000 euro en hiermee bereikt u de bodemwaarde. Daarnaast vormt u een KER voor de verschillende componenten. Stel, dat u hieraan in 2008 een bedrag van 60.000 euro kunt doteren. In totaal kan hiermee dus 90.000 euro ten laste van de winst gebracht worden. Dit is 60.000 euro meer dan wanneer u de oude afschrijvingsmethode zou hanteren.
Tot slot
Normaal gesproken mag u niet zomaar een ander afschrijvingspercentage hanteren. Bij de overgang van een ‘gemengd’ afschrijvingspercentage naar één afschrijvingspercentage, zoals in dit artikel beschreven, is echter geen sprake van een stelselwijziging omdat de afschrijving gebaseerd blijft op de kostprijs.