Tips voor alle belastingplichtigen
Algemeen
1. Sparen bij de Belastingdienst loont nog altijd
Verwacht u in 2009 van de Belastingdienst een inkomstenbelastingteruggaaf over 2008, dan krijgt u hierover heffingsrente vergoed. Het tijdvak waarover de heffingsrente wordt berekend, loopt vanaf 1 juli 2008.
De heffingsrente voor het vierde kwartaal 2008 bedraagt 5,45%. In vergelijking met de huidige rente die u op een spaarrekening kunt ontvangen, is dit meer! Het kan daarom aantrekkelijk zijn om uw geld pas na afloop van het belastingjaar terug te ontvangen, in plaats van maandelijks via een voorlopige teruggaaf. Bovendien hoeft u de vorderingen op de Belastingdienst niet aan te geven in box 3 en betaalt u dus geen inkomstenbelasting over de rente die u van de Belastingdienst ontvangt. Hebt u recht op teruggave en kunt u het geld missen, spaar dan bij de Belastingdienst!
2. Sparen met aanvraag uitstel inlevering aangiftebiljet
Als u een belastingteruggaaf verwacht, dan is er nog een andere mogelijkheid om te sparen bij de Belastingdienst. Wanneer uw aangifte inkomstenbelasting 2008 niet wordt opgenomen in onze uitstelregeling dan kunt u voor 1 april 2009 zonder opgaaf van reden schriftelijk uitstel voor de inlevering van uw aangiftebiljet aanvragen. In dat geval moet uw aangifte uiterlijk 1 september 2009 zijn ingediend. U krijgt dan heffingsrente vergoed vanaf 1 juli 2008 tot aan de dagtekening van het aanslagbiljet.
3. Uiterste inleverdatum T-biljet
Verzoeken tot teruggaaf van inkomstenbelasting moeten binnen een termijn van vijf jaar na afloop van het kalenderjaar worden gedaan. Het indienen van een T-biljet over het kalenderjaar 2003 moet dus vóór 31 december 2008 gedaan zijn. Teruggaven inkomstenbelasting van € 13 en minder worden niet uitbetaald.
4. Koop een (zeer) zuinige auto
Bent u van plan een zuinige auto aan te schaffen, dan is het wellicht de moeite waard om in overleg met de dealer het moment uit te stellen. In het Belastingplan 2009 is voorgesteld de bijtelling voor het privégebruik van de zuinige auto van de zaak verder te differentiëren. Als de voorgestelde maatregelen worden aangenomen, dan wordt met ingang van 1 januari 2009 bij de ondernemingswinst of het loon het volgende bedrag als bijtelling genomen:
Bijtelling over waarde auto |
CO2-uitstoot voor diesel |
CO2-uitstoot voor niet diesel |
14% (zeer zuinige auto) |
< 96 gr/km |
< 111 gr/km |
20% (zuinige auto) |
≥ 96, maar < 116 gr/km |
≥ 111, maar < 140 gr/km |
25% (onzuinige auto) |
≥ 116 gr/km |
≥ 140 gr/km |
Er is ook voorgesteld om het MRB-tarief per 1 april 2009 voor auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 95 gram per kilometer voor dieselauto’s of maximaal 110 gram per kilometer voor andere auto’s te verminderen tot 25% (2008 was 50%). Alle nieuwe auto’s zijn voorzien van een energielabel waarop de CO2-uitstoot staat vermeld. De uitstootgegevens kunt u ook vinden in de brandstofverbruiksgids van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW).
5. Beperking algemene heffingskorting: minstverdienende partner moet aan het werk
Van 2009 tot en met 2023 wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting beperkt voor degenen die na 1971 zijn geboren en op 1 januari geen kind(eren) in de leeftijd van nul tot en met vijf jaar hebben (6⅔% per jaar). Doel is om de arbeidsparticipatie van de minstverdienende partner te bevorderen. Een uitzondering geldt als u vóór 1972 bent geboren, of na 1971 en u heeft een kind dat op 1 januari jonger dan zes jaar is. U behoudt als minstverdiendende partner de uitbetaling als:
-
uw partner voldoende inkomstenbelasting betaalt;
-
uw kind meer dan zes maanden tot uw huishouden behoort en;
-
gedurende die tijd op hetzelfde woonadres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie.
6. Verzoek tot middeling
Op verzoek van de belastingplichtige wordt de verschuldigde inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het inkomen uit werk en woning (box 1) van drie jaren gemiddeld. U mag zelf het middelingstijdvak kiezen, maar het is alleen interessant bij sterk wisselende inkomens. Jaren kunnen maar eenmaal in een middelingstijdvak worden betrokken. Hierdoor kunt u uw effectieve belastingdruk verlagen. Het middelingsverzoek moet u binnen zesendertig maanden indienen nadat alle drie de aanslagen onherroepelijk vaststaan bij de Belastingdienst.
7. Uitbreiding ouderschapsverlof
Om ouders de kans te geven langer zelf voor hun kind te zorgen, hebben zij met ingang van 1 januari 2009 recht op zesentwintig weken ouderschapsverlof (tot 2009: dertien weken). Dit leidt tot een verhoging van de maximale ouderschapsverlofkorting. In 2008 was dit alleen mogelijk bij deelname aan de levensloopregeling, maar deze koppeling wordt in 2009 losgelaten.
8. Verhoging belastingvrije invoer
Reist u per schip of vliegtuig vanuit een land buiten de Europese Unie (EU) naar Nederland, dan mag u met ingang van 1 december 2008 goederen met een gezamenlijke waarde van maximaal € 430 belastingvrij invoeren. Tot die datum ligt het plafond op € 175. Komt u echter over land de EU binnen, dan is de belastingvrije goedereninvoer gemaximeerd op € 300. Deze regeling geldt alleen voor goederen die u in uw bagage meeneemt en voor persoonlijk gebruik zijn bestemd. Voor goederen met een gezamenlijke waarde boven de € 430 geldt voor de eerste schijf een invoertarief van 3,5%, waar bovenop nog 19% omzetbelasting komt. Voor sigaretten en alcohol gelden strengere regels.
Eigen woning
9. Aflossen eigenwoningschuld voor dure woning
Met ingang van 1 januari 2009 vervalt het huidige plafond in het eigenwoningforfait van € 9.300. Voor woningen met een WOZ-waarde boven de € 1 miljoen wordt in 2009 het eigenwoningforfait berekend op € 5.500 vermeerderd met 0,55% van de eigenwoningwaarde boven de € 1 miljoen. In de jaren 2010 tot en met 2016 wordt dit percentage in zes gelijke stappen verhoogd tot uiteindelijk 2,35%.
Belastingjaar |
Percentage |
2010 |
0,55% |
2011 |
0,85% |
2012 |
1,15% |
2013 |
1,45% |
2014 |
1,75% |
2015 |
2,05% |
2016 |
2,35% |
Wanneer u uw woning (nagenoeg) volledig met eigen vermogen heeft gefinancierd, dan heeft u waarschijnlijk geen last van de voorgestelde verhoging van het eigenwoningforfait. U kunt dan gebruik maken van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld. Ga na of het aflossen van uw huidige eigenwoningschuld wellicht voordeliger is. Houd wel rekening met eventuele boeterente bij vervroegde aflossing
10. Help uw kind bij financiering van een eigen woning
Leen uw kind, indien mogelijk, een bedrag waarmee het de eigen woning (gedeeltelijk) kan financieren. Bij u verandert er fiscaal gezien niets als u hiervoor zelf geen geld hoeft te lenen (vordering zit in box 3). Uw kind kan de rente als eigenwoningrente aftrekken tegen het progressieve tarief. Ook bereikt u hiermee dat uw kind minder of geen afsluitprovisie betaalt. Bovendien kunt u aan uw kind jaarlijks een maximumbedrag (belastingvrij) schenken. Let er wel op dat het geschonken bedrag niet gelijk is aan de rente die uw kind betaalt.
11. Nieuwe WOZ-beschikking in 2009
Vóór 16 februari 2009 moet elke gemeente de WOZ-beschikking 2009 naar de waardepeildatum 1 januari 2008 afgegeven. De WOZ-beschikking wordt meestal opgenomen in de aanslag onroerende zaakbelasting en wordt gebruikt bij de bepaling van het eigenwoningforfait, de aanslag onroerende zaakbelasting en waterschapslasten. Als u het niet eens bent met de vastgestelde waarde kunt u tegen deze beschikking in bezwaar gaan. De gemeente moet uw bezwaarschrift binnen zes weken na dagtekening van de beschikking hebben ontvangen. In een procedure worden op grond van een wettelijke bepaling geringe waardeverschillen (drempelbedragen) niet gecorrigeerd. Voor 2008 – en naar wij veronderstellen ook voor 2009 – gelden de volgende drempelbedragen:
Waarde woning |
Drempelbedrag |
meer dan |
maar niet meer dan |
van de waarde |
maar minimaal |
€ 0 |
€ 200.000 |
5% |
€ 0 |
€ 200.000 |
€ 500.000 |
4% |
€ 10.000 |
€ 500.000 |
€ 1.000.000 |
3% |
€ 20.000 |
€ 1.000.000 |
en hoger |
2% |
€ 30.000 |
Persoonsgebonden aftrek
12. Koop uw bril in 2008
De huidige regeling voor de aftrek buitengewone uitgaven voor ziekte, invaliditeit, bevalling, overlijden, arbeidsongeschiktheid, chronische ziekte, ouderdom en adoptie komt op 1 januari 2009 te vervallen. Betaal daarom uw ziektekosten, zoals uitgaven voor brillen, contactlenzen en hoortoestellen, nog in 2008. Uiteraard komen alleen de niet-vergoede kosten voor de buitengewone uitgaven in aanmerking. De regeling Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven (TBU) vervalt eveneens op diezelfde datum. De niet-aftrekbare drempel is in 2008 verlaagd van 11,5% (2007) tot 1,65% (2008) van het (gezamenlijke) verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek, maar met een minimum van € 115. Voor 2009 wordt de regeling versoberd. Aftrek is alleen mogelijk voor specifieke uitgaven. Hier vallen de kosten voor bril, contactlenzen en de kosten voor een ooglaserbehandeling niet onder.
13. Uitgaven voor rijksmonumentenpanden
Tot 2008 waren alleen de drukkende onderhoudskosten voor box-3-rijksmonumentenpanden aftrekbaar als de belastingplichtige de volledige juridische eigendom bezat. Met ingang van 1 januari 2008 geldt deze aftrekpost ook als u de economische eigenaar van zo’n pand bent. Bijvoorbeeld als u een erfpacht-, opstal-, of appartementsrecht of een participatie in een CV heeft die belegt in een rijksmonument en waarbij het juridische eigendom ligt bij een speciaal daarvoor opgerichte stichting. Het erfpachtrecht moet wel voldoen aan de eisen van het Burgerlijk Wetboek.
14. Maak gebruik van periodieke en overige giften
Alleen giften aan kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of algemeen nut beogende instellingen komen voor aftrek in aanmerking. Vanaf 2008 is aftrek alleen mogelijk als de instelling voorkomt op de ANBI-lijst van de Belastingdienst. De overige giften zijn aftrekbaar voor zover ze samen 1% van het gezamenlijke drempelinkomen (verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek) én € 60 overtreffen. De aftrekpost is echter gemaximeerd op 10% van het (gezamenlijke) drempelinkomen. Er is geen aftrek mogelijk wanneer het drempelinkomen op nihil of negatief is berekend.
Wanneer u toch al regelmatig schenkt aan een goed doel, kunt u ook kiezen voor een periodieke gift. Voor zo’n gift geldt namelijk geen aftrekdrempel als u notarieel vastlegt dat u minimaal vijf jaar lang, maar uiterlijk tot het tijdstip van uw overlijden, gelijkmatig een vast bedrag aan de instelling van uw keuze schenkt.
Erven en schenken
15. Schenk belastingvrij aan kinderen
In 2008 mag u uw kind tot een bedrag van € 4.479 belastingvrij schenken. Is uw kind (of diens partner) ouder dan achttien maar jonger dan vijfendertig jaar, dan mag u hem of haar in plaats daarvan ook eenmalig tot € 22.379 belastingvrij schenken. U moet bij gebruik van deze eenmalige vrijstelling altijd aangifte doen. Volgens goedkeurend beleid is de eenmalige vrijstelling ook van toepassing als uw kind de vijfendertigjarige leeftijd al is gepasseerd, maar diens partner nog niet. In het kader van de modernisering van het successierecht wil de staatssecretaris van Financiën vanaf 1 januari 2010 het aantal tariefgroepen verminderen en de tarieven verlagen.
16. Schenk aan kleinkinderen en derden
Schenkingen door grootouders aan kleinkinderen en schenkingen aan derden, mogen eenmaal per kalenderjaar belastingvrij worden gedaan tot een bedrag van € 2.688 per verkrijgende persoon. Het moet wel gaan om schenkingen gedaan op of na 1 januari 2008. Wanneer u meer dan € 2.688 schenkt, vervalt de gehele vrijstelling.