Pand doorschuiven van privé naar de BV
Veel directeur-grootaandeelhouders (dga's) verhuren een pand in privé aan hun BV. Is dat bij u het geval dan heeft u te maken met de terbeschikkingstellingsregeling. Dit betekent dat de huurinkomsten en de waardestijging van het pand bij u belast zijn in box 1. Daar staat tegenover dat de jaarlijkse kosten en de afschrijving op het pand in diezelfde box aftrekbaar zijn. Deze regeling is niet altijd aantrekkelijk, bijvoorbeeld vanwege de administratieve lasten. Om die reden geldt in 2010 een fiscale faciliteit. U kunt het pand doorschuiven naar de BV, zonder heffing van inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting. Wat zijn de voorwaarden?
Doorschuiving van de boekwaarde
Het pand moet worden ingebracht in de BV, door middel van doorschuiving van de boekwaarde. De met het pand samenhangende schuld moet dus ook worden ingebracht in dezelfde BV. U heeft hiervoor de medewerking nodig van de financierder (uw bank).
Inbreng tegen uitreiking van aandelen
De inbreng moet in principe plaatsvinden tegen uitreiking van aandelen in de BV. Een beperkte creditering van € 2.500 is wel mogelijk. Ook een agiostorting is mogelijk en bent u enig aandeelhouder dan is de inbreng tegen uitreiking van aandelen niet vereist. Er kan dan worden volstaan met een informele kapitaalstorting. Voorwaarde is wel dat u de aandelen niet vervreemdt gedurende drie jaren na de inbreng. Deze voorwaarde geldt ook bij agiostorting.
Minimaal voor 90% aandeelhouder
Na de inbreng moet u direct of indirect voor tenminste 90% van het totaal geplaatste aandelenkapitaal aandeelhouder zijn van de BV. Deze voorwaarde kan problemen opleveren bij mede-eigendom. In sommige gevallen moet een nieuwe BV worden opgericht. Echtgenoten die in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd hoeven dat niet, mits het pand en de aandelen in dezelfde verhouding op naam van beiden staan.
Inbreng alleen in 2010
De inbreng moet plaatsvinden in 2010, dus vóór 1 januari 2011. Bovendien moet u samen met uw BV bij de Belastingdienst een verzoek indienen om de inbrengfaciliteit. Er is een inbrengbeschrijving nodig ondertekend door het bestuur van de BV en een verklaring van uw accountant. Tot slot moet het pand worden getaxeerd.
Vrijstelling voor de overdrachtsbelasting
Voor de overdrachtsbelasting geldt als extra voorwaarde dat u het pand al vóór 1 september 2009 ter beschikking stelde. De inbrengvrijstelling wordt teruggenomen als het pand en/of de verkregen aandelen binnen drie jaar na de inbreng worden vervreemd.
Wel of niet inbrengen?
Deze vraag is niet met een simpel ja of nee te beantwoorden. Zo is vanaf dit jaar 12% van het resultaat uit een terbeschikkingstelling vrijgesteld van inkomstenbelasting. Ook mag u voortaan binnen de terbeschikkingstellingsregeling een herinvesterings-en kostenegalisatiereserve vormen. Aan de andere kant moet normaal gesproken bij beëindiging van de terbeschikkingstelling van het pand direct worden afgerekend en daarvoor zijn niet altijd de financiële middelen beschikbaar. Bovendien is de vrijstelling in de overdrachtsbelasting een aantrekkelijke reden om gebruik te maken van de eenmalige inbrengfaciliteit. Al deze afwegingen spelen een rol; onderzoek wat in uw situatie de beste optie is.